Cashflow management : de Belgische fiscale consolidatie en Franse « Fiscale integratie »

Franse ondernemingen onderworpen aan de vennootschapsbelasting zijn reeds enige tijd vertrouwd met het systeem van de “intégration fiscale”. Belgische ondernemingen hebben lang moeten wachten op een eigen regelgeving Beide systemen worden hierna kort ontleed, met aandacht voor de gelijkenissen en verschillen tussen beide landen.

Kenmerkend voor het Franse systeem van de « intégration fiscale » is dat alleen de moedervennootschap belastingschuldige wordt voor de volledige groep.

Om te kunnen genieten van het systeem dient men uitdrukkelijk bij de fiscale administratie te kennen te geven dat men binnen de groep een fiscale integratie wenst voor een eerste periode van 5 jaar.

Tijdens de periode van de fiscale integratie worden alle door de groepsvennootschappen gegeneerde verliezen, belastingkredieten en belastingverminderingen automatisch en definitief overgedragen aan de moedervennootschap. Vandaar het belang om nauwkeurig de inhoud van de integratie overeenkomst te bepalen.

In deze overeenkomst bepalen de groepsondernemingen de werking van de fiscale integratie alsook de uittreding van de geïntegreerde vennootschappen. De overeenkomst bepaalt: (i) de effectieve bijdrage van elke onderneming in de vennootschapsbelasting en de eventuele sociale lasten verschuldigd door de groep; (ii) het lot van de door de groepsvennootschappen gegenereerde verliezen, belastingverminderingen en belastingkredieten et (iii) de voorwaarden voor een eventuele schadeloosstelling van een onderneming die de groep zou verlaten, teneinde de meerkost te compenseren ingevolge de toetreding tot de fiscale integratie.

De regeling is beschikbaar voor zowel Franse vennootschappen als vaste inrichtingen van buitenlandse vennootschappen gevestigd in de EU of de Europese Economische Ruimte (EER) die onderworpen zijn aan het gewone tarief van de vennootschapsbelasting. Voor groepen met vennootschappen uit het Verenigd Koninkrijk zijn er enkele in acht te nemen bijzonderheden ingevolge de Brexit.

Om te kunnen toepassing maken van het regime van de “intégration fiscale”: (i) mag de moedervennootschap zelf voor niet meer dan 95% aangehouden worden door een andere vennootschap onderworpen aan de vennootschapsbelasting en (ii) moeten de dochterondernemingen rechtstreeks of onrechtstreeks voor minstens 95% gedurende de periode van de integratie aangehouden worden door de moedervennootschap.

Sinds 2019 kunnen verbonden Belgische vennootschappen een beperkte vorm van fiscale consolidatie toepassen: het verlies van een verlieslatende vennootschap kan overgedragen en afgezet worden tegen de belastbare winst van een verbonden vennootschap.

Daartoe sluiten zij onderling een overeenkomst af waarin de groepsbijdrage wordt bepaald die de winstgevende vennootschap aan de verlieslatende dient te betalen, ter compensatie van de vermindering van de belastbare basis van deze eerste. De overeenkomst kan slechts betrekking hebben op één belastbaar tijdperk. Bovenstaande vergoeding wordt fiscaal geneutraliseerd door deze bij de betaler als een verworpen uitgave aan te merken (verworpen uitgave) en bij de ontvanger vrij te stellen van de belastbare grondslag (door een verhoging van de begintoestand van de reserves).

Net zoals bij de “intégration fiscale”, is de Belgische fiscale consolidatie onderworpen aan een participatievoorwaarde.

België vereist daarbij dat het aandelenbezit van minstens 90% gedurende een periode van vijf opeenvolgende jaren ononderbroken wordt aangehouden. Bovendien kunnen enkel nauw verbonden vennootschappen de consolidatie toepassen (moeder- en rechtstreekse dochterondernemingen en vennootschappen met een gemeenschappelijke moeder die gevestigd is binnen de EER).

Merk op dat deze consolidatie- en integratieregimes bijzondere boekhoudkundige bewerkingen en welbepaalde in te dienen documentatie vereisen.

Besluit:

De fiscale integratie en consolidatie zijn op een andere leest geschoeid. Waar het Franse systeem een ware fiscale integratie beoogt op niveau van de moedervennootschap, is het Belgische systeem gebaseerd op overeenkomsten tussen individuele groepsvennootschappen onderling. Beide systemen zijn evenwel interessant in het kader van het financieel beheer van groepen. Het is dus belangrijk om het bestaan van beide mechanismen te kennen, de opportuniteiten die beiden bieden en hun evolutie in de tijd.

Avec le soutien de _ (4)

Sophie Eloy et Delphine Noré

Geplaatst in News